zaterdag 9 september 2006

Gerrie Knetemann Classic

Vandaag ga ik de Gerrie Knetemann Classic rijden. Dit is een 150 km toertocht, de eerste in een hopenlijk lange traditie, als eerbetoon aan de vorig jaar overleden Gerrie Knetemann. Het programma meldt dat het een 'cyclosportieve toertocht' is. Betekent dit nou gewoon rustig toeren of toch zo hard als je kunt. Maar.... waarom krijg ik dan gisteravond tijdens de inschrijving in Motel Akersloot een chip uitgereikt?
Vanmorgen plak ik de chip op de wielkast vast en vertrek om 9.40 uur naar Akersloot. Het advies van de organisatie is zo laat mogelijk vertrekken, dan is het het rustigst.
Om 9.55 rij ik over de startlijn. Een dubbele piep geeft aan dat de tijdregistratie mij 'ziet'. Langs bekende wegen in Uitgeest, Krommenie en de Wormer gaat het richting Waterland. Tegen wind rij ik steeds iets boven de 40 km/u. Het zuidelijkste punt is vlakbij het IJ in Amsterdam. Tot nu toe zie ik niet veel wielrenners, maar dat zal snel veranderen.
Bij de eerste ravitailleringspost bij Watergang is het een drukte van belang. Op grote tafels liggen honderden halve bananen en er is voldoende te drinken. Ik praat even met een oud-medewerker van de ligfietswinkel die mij bij naam en toenaam kent. Na een plasje ga ik na een minuut of 8 weer onderweg. De wind komt nu van rechts en de snelheid loopt nu op naar 43 km/u. Ik ben nu voortdurend bezig groepen wielrenners in te halen. Ze reageren redelijk op mijn claxon, nu nog wel...
Door de Purmer heb ik veel last van drempels in de weg. Boven de 32 km/u kan ik ze niet nemen, de fiets krijgt te harde klappen.
Op de meeste kruisingen staan verkeersregelaars die resoluut het kruisende verkeer tegenhouden en de fietsers vrij baan geven, heel comfortabel. Na Purmerend gaat het in noord-oostelijke richting en de wind komt wat achterlijker in. Dit betekent dat de snelheid steeds 45 km/u en hoger wordt, heerlijk om zo hard door de polders te scheuren. Wel moet ik steeds meer pelotons wielrenners aan de kant toeteren. Soms hoor ik wat gefoeter tijdens het passeren, maar het gaat nog steeds redelijk goed.
Bij Ursem gaan de hekken van de hefbrug vlak voor mijn neus dicht. Ik zeg tegen de brugwachtster dat ze mij er geen plezier mee doet. Ze zegt 'ze hebben me niet ingelicht' en tergend langzaam gaat de brug omhoog. Na een vijftal minuten gaat als laatste het hek waarachter ik sta open, dat ook nog.
Vlak voor de ravitailleringspost bij Heerhugowaard zie ik een Quest voor me rijden. Ik voel dat ik wat moet eten en ik stop even voor een broodje en wat drinken.
Ik sla bij de ravitailleringspost wel af, maar eigenlijk heb ik er niks te zoeken. Met een grote boog verlaat ik het terrein weer. Wel zie ik dat de Quest bij de ravitailleringspost staat.
De route van 100 en 150 km zijn nu samengevoegd en het wordt wel erg druk. Ik ben nu continue wielrenners aan het inhalen. Het is nu zo druk dat de fietsers soms niet meer aan de kant gaan. In Heerhugowaard gaat het dan ook fout. Ik toeter constant, maar het maakt geen indruk meer. Ik neem wat meer risico en haal toch maar in. Dat komt me op gevloek van een paar fietsers te staan. Ze schreeuwen dat het een toertocht is..... ja, dat weet ik ...maar..
In de Geestmer-Ambacht krijg ik voor het eerst vandaag een groep wielrenners in mijn wiel, da's kasie voor Wim. Ik haal ze langzaam in met 45 km/u en er springen er 4 uit het peloton met me mee. Ik hou ze even 'aan de lijn' en versnel langzaam tot ruim 50 km/u. Dat kunnen de mannen nog volhouden. Ik gooi nog wat kolen op het vuur en bij 52 km/u geven de renners het op. Ze roepen me nog wat na, maar dat hoor ik niet meer.
De Quest heeft al een paar keer een pootje opgetild. Eén keer reken ik erop, een tweede keer schrik ik me rot. De Questrijder die ik voor me zag rijden, haalt me nu heel langzaam in. We rijden een tijdje naar elkaar, hij kent me, ik hem niet. Het is Frank Bouwer uit Alkmaar met Quest 74. Frank is al een paar keer verkeerd gereden. Even later kan ik hem niet meer bijhouden, da's gek. Ik merk dat de besturing heel zompig aanvoelt. Dat betekent een langzaam leeglopende voorband. Ik stop en inderdaad, de linker voorband is vrijwel leeg.
Ik leg de Quest in het gras op zijn kant en haal de lekke combinatie van de velg. Ter vervanging heb ik een Schwalbe Marathon racer, een vouwband, bij me. Het omleggen gaat niet makkelijk, de band laat zich niet makkelijk om de velg leggen. Na de eerste poging is de band onrond en ik begin opnieuw. De band blijft onrond, misschien moet ik hem gewoon verder oppompen. Dat helpt inderdaad en ik pomp met de kleine Sigma Lambajet pomp de band tot 6 bar op. Da's overigens nog een pittig klusje.
Onderwijl passeren veel wielrenners die ik eerder inhaalde, mij weer. Eén roept 'eindelijk gerechtigheid'. Ik drink nog wat, eet nog een broodje en na een kwartier zit ik weer in de Quest. Het rijdt weer heerlijk en het gas gaat er op.
Ik heb er nu zo'n 120 km opzitten en mijn beide knieën worden gevoelig, nog niet pijnlijk. Ze hebben duidelijk te weinig rust gehad.
Tot nu toe is mijn gemiddelde snelheid 37 km/u. Na de lekke band is er nog 34,5 km/u van over. Da's jammer, want de route vanaf het Noord-Hollands kanaal door Bergen en Egmond verloopt tergend langzaam. Ik fiets normaal wel op de rijbaan, maar dat kan ik me nu niet permitteren. Er zijn controleposten waar de chip in mijn fiets wordt uitgelezen. De apparatuur daarvoor ligt op de fietspaden, in ieder geval niet op de rijbaan. Op de smalle fietspaden is 30 km/u al hard, zeker nu er ook veel tegenliggend fietsverkeer is. Nou ja... het is toch een toertocht.. of niet?
Ik stop even bij de derde ravitailleringspost onder Bergen en ik drink wat energiedrank. Enkele wielrenners vragen honderduit over de Quest en ik wordt wat ongeduldig.
Bezuiden Egmond aan Zee kan ik weer vaart maken. In Egmond-Binnen rijden twee wielrenners en een vrouw voor me. Ze rijden best hard maar ik haal ze met een kilometer of 10 verschil in. Er komt een tegenligger aan, een oude man op de fiets. Ik ben me van de prins geen kwaad en ik zet de inhaalmanoeuvre door. De wielrenners snijden de flauwe bocht af en komen over de as van de weg ... daar waar ik ook rij. Ik vlieg ze rakelings voorbij. De mannen schreeuwen moord en brand en zetten keihard aan om me in te halen en me de les te lezen. Nou, dat liever maar niet en zet een tandje bij. Inmiddels hebben we de wind weer tegen en met 45 km/u ben ik veilig voor het woeste stel. Ze geven hun inhaalpoging snel op. Even later sta ik in Limmen voor de gesloten spoorbomen, gelukkig net niet lang genoeg om de razende wielrenners te zien aansluiten.
Om 14.30 uur ben ik weer terug bij het Motel Akersloot, 4 uur en 32 minuten na de start. Ik blijk op de 36e plaats te staan van 694 renners. Gemiddelde snelheid, inclusief alle pauzes 33 km/u. Zonder lekke band zou ik rond de 15e plaats staan, best wel aardig. De eerste 10 renners zijn vrijwel allemaal gelijk binnen, kennelijk een goed peloton.
Frank Bouwer is er al en we praten wat na. Ik zie Frank later niet in de uitslag, mogelijk heeft ie een controle gemist.
Na tien minuten sta ik weer oog in oog met de boze wielrenners. Ze vegen me de pan uit. Dat zij zelf niet voldoende rechts hebben gehouden kan ik ze niet aan hun verstand peuteren. De boosheid is gelukkig getemperd en het blijft bij woorden.
Mooie toertocht die uiteindelijk toch in een soort tijdrit is geëindigd. Een compliment voor de organisatie, duidelijk zeer professioneel.
150 km

1 opmerking:

Theo Mol zei

Hoi Wim, zo te lezen ben je vlak langs mijn huis gereden. De drempels in de Purmer zijn inderdaad geen pretje, gelukkig hoef ik niet altijd over de Westerweg. Aan het einde van een rit valt het wel weer mee, dan is het gewoon een leuk laantje.
groet van Theo Mol