zaterdag 21 mei 2011

Laser voor controleren sporing

Een optimale sporing heeft verschillende voordelen. Als eerste rijdt de fiets maximaal licht. Ten tweede slijten je banden - veel - minder. Ook zal de fiets niet naar één kant trekken.
Er zijn veel wegen die naar Rome leiden als het om de controle van de sporing gaat. Een simpel bokje met twee passchroeven is al bruikbaar. Je kunt ook twee hoeklijnen tegen je velgen aanklemmen en de afstand tussen de twee uiteinden opmeten.
Het kan ook nauwkeuriger, namelijk met laser.
Hans-Dieter Roesch rijdt in een Milan SL. Deze fiets ligt heel laag op de weg en dan werkt een bok niet. Hans-Dieter koopt twee goedkope Mannesmann 81135 Mini-Laser waterpasjes en klemt die tegen de velgen. De laserstralen worden geprojecteerd op een precies haaks op de fiets staand vel karton.
De afstand van de beide laser projecties moet bij voorkeur dezelfde afstand zijn als die van de laser projectie lampjes op de velgen. Uiteraard kun je prima meten met de bestuurder en bagage aan boord.
Hans-Dieter heeft een interessante site voor velomobilisten
Er staat nog geen Quest bij, maar dat zou wel eens snel kunnen veranderen.

De voordeligste leverancier is de Duitse firma Reichelt. De lasers kosten maar € 11,45 per stuk. Er komt € 12,50 verzendkosten bij, dus totaal € 35,40. Bestellen kan via deze URL.

Paard laat paard uit, Stella zonder Maris

We, Kees en ik, rijden een rondje Waterland linksom. Dat betekent eerst fotografisch onder vuur genomen worden de vele bezoekers van de Zaanse Schans. Ter hoogte van Zaandijk gaat Kees' telefoon. Jules en Elly liggen met hun boot in Waarland en nodigen ons op de koffie. Via de Wijde Wormer rijden we langs de kaarsrechte Zuiderweg. Wind in de rug maakt dat we tussen 40 en 43 km/u rijden.
Kees steekt twee vingers in zijn neus, het kost hem dus weinig moeite.
Een meisje rijdt op een paard voor ons en heeft een paardje aan de lijn. Ze laat de pony dus te paard uit.
Via Purmerend, de Oostdijk van de Beemster en Avenhorn rijden we langs de fraaiste polderwegen naar Waarland.
Elly en Jules liggen met hun 50 jaar jonge Gillissen vlet in Waarland voor de wal. De naam van de vlet is Stella. Maris of Artois staat er niet achter. Koffie met eierkoek smaken ons prima.
Uiteraard gaat het over fietsen, maar ook de watersport komt aan bod. Jules inspecteert de dikke Schwalbe Super Moto en bestelt er gelijk twee bij Kees.
Na een uurtje gaan we via Heerhugowaard op huis aan.
Heerlijk ritje van 90 km.

woensdag 18 mei 2011

Garmin software is een drama

Garmin software, in ieder geval de software voor de Apple Macintosh is een drama. Waarom dan wel?
Het installeren van kaarten op de computer lijkt goed te verlopen. Installeer je bijv. MapSource Topo Nederland dan zou je verwachten dat die kaart op de computer ook zo heet. Vergeet het maar, de kaart heet nu 'family-1725.gmap'.
Wil ik diezelfde kaart op de Garmin, in mijn geval de Oregon 400T, zetten, dan maakt Garmin Roadtrip van diezelfde kaart een bestand met de naam 'GMAPSUPP.img.
Staat er al een kaart op de computer, dan wordt die in dezelfde 'GMAPSUPP.img' extra bijgesloten.
Staat er al een kaart op de Oregon, deze heet ook 'GMAPSUPP.img', dan wordt die kaart zonder waarschuwing overschreven en ben je die kaart(en) kwijt.
Hoe krijg ik nu een beetje orde in deze chaos?
Een geluk bij een ongeluk is dat de Oregon toelaat om de kaarten een eigen naam te geven.
Ik haal alle kaarten van zowel de Mac als de Oregon. Bij de Mac staan ze in een bibliotheek, in de Oregon staat ze in het geheugen van de GPS en op het micro SD kaartje. Via een Kingston Micro reader kopieer ik steeds één kaart naar een micro SD kaartje.
Alle kaarten hebben een naam die begint met GMAPSUPPxxx.img. Het SD kaartje zet ik de Oregon en start deze op. Dan kan ik zien welke kaart(en) er werkelijk schuil gaan achter de kryptische GMAPSUPPxxx.img bestanden.
Als laatste geef ik de kaarten een nomale naam en zet ze weer terug in de Oregon.
Dat kost uren kopieerwerk, een oeverloos gedoe.
Het wordt tijd dat Garmin eens bij Apple in de leer gaat. De hardware is fantastisch, de software is een drama.

Verschroeide aarde en Blogger als mosterd na de maaltijd

Kees en ik zullen vandaag een rondje rijden.
Kees krijgt eerst nog, ietwat verlaat, zijn verjaardagscadeau, een gedeelde kettingtandwielashouder. Dit is het laatste prototype. Met nog enkele heel kleine wijzigingen worden er nu 20 stuks van geproduceerd. Deze zijn eind volgende week gereed.
Als we vertrekken regent het licht. Richting Purmerend betekent in de baan van de regen meerijden. Het mag ook een ritje door de duinen worden. Gelukkig al bij het pontje Akersloot is het droog en knapt het weer verder op.
In de duinen blijkt hoe droog de natuur nog is. Bomen hebben allemaal weinig blad en de Schotse Hooglanders hebben weinig te grazen. In de duinen tussen Bergen en Schoorl is het een troosteloze bedoening, een kwart van alle vegetatie is verbrand, soms zo ver als het oog reikt. Overal houden politiemensen en boswachters de boel in de gaten. We worden vanaf een uitkijkpost door een politieman gefotografeerd. De daders van deze brandstichtingen zullen waarschijnlijk minder opvallende vervoermiddelen hebben gebruikt.
Zoals gebruikelijk geeft Kees flink gas. Dat komt mij twee keer op een uitbrekend achterwiel te staan. Het vrij harde loopvlak van de Super Moto is wat minder vergevingsgezind dan de zachtere en wat meer geprofileerde compound van de Geax Tattoo. Bij het klimmen is goed te merken dat ik met meer dan 10 kg minder gewicht onderweg ben. Ik heb het over de fiets, niet over het gewicht van de bestuurder :).
Van Schoorl rijden we naar Schoorldam langs een fraai fietspad waar ik nog niet eerder was geweest. Kees weet de weg en weet en passant nog te melden dat we door de 'loterijgronden' rijden. De grond hier was vroeger zo slecht dat het niet te verkopen was. Bij loterij werd er iemand toestemming gegeven om de grond voor weinig of niets in cultuur te brengen.
Via Koedijk en Alkmaar rijden we naar huis.
66 km, totaal nu 2650 km

Blogger had vijf dagen geleden forse technische problemen. Mijn bericht over de nieuwe uitvoering van het kettingtandwielhoudertje is toen door Blogger verwijderd, net als tienduizenden berichten van andere bloggers. Ze zouden het wel weer terugzetten. Dat gebeurde niet binnen een aantal uren en dus maakte ik het bericht maar opnieuw.
Dat terugzetten gebeurt zojuist, vijf dagen nadat het gepubliceerd is. Mosterd na de maaltijd dus.

zaterdag 14 mei 2011

Molen- en gemalendag

Vandaag is het weer minder vriendelijk dan de laatste tijd. Het is ruim 11 graden en het waait met Bft 4 stevig. Lange broek en lange mouwen blijken hard nodig. Eerst naar Kees in Heerhugowaard dan door naar Oostwoud waar Jan Geel aanhaakt. Jan rijdt vandaag met wielkappen en een nieuw model racekap. Eerlijk gezegd lijkt ie inmiddels veel op een andere bekende kap :).
De wielkappen en racekap geven Jan vleugels. Tegen de stevige noordwesten wind kan Jan zonder problemen tussen 45 en 47 km/u blijven rijden. Let wel, Jan is 70 jaar. Ik kan het bijbenen maar helemaal open en zonder wielkappen gaat de hartslag soms richting wedstrijdfrequentie. Kees raken we zo snel kwijt.
In Den Oever kijken we uitgebreid bij het gemaal Leemans. Daar staan veel historische motoren die generatoren of pompen hebben aangedreven. Het pronkstuk, een Kromhout dieselgenerator uit 1928 staat prachtig te draaien. Het tweetal restaurateurs is apentrots al moesten er kilo's roest uit de cilinders worden gebikt. Een modern gemaal is verder niet de moeite waard. Alles wat je er van ziet zijn een stukje van enkele pijpen met grote diameter. De elektromotoren zijn onder de vloer geplaatst en zijn qua formaat geen schaduw van de immense Werkspoor diesels die hier voor de Tweede Wereldoorlog draaiden.

Via Middenmeer rijden we zuidwaarts en langs de Langereis komen we bij de strijkmolens van Rustenburg. Deze molens zijn recent weer in ere hersteld en de molenvrijwilligers zijn actief met fondsenwerving en jagen op handtekeningen voor het behoud van de molens. Belangstellenden kunnen in een hoogwerker naar boven. Wel aantrekkelijk maar ook stervenskoud. Maar niet dus.
Als laatste nemen we een kijkje in het Huijgengemaal in Heerhugowaard. Oudere vrijwilligers ontvangen ons hartelijk en leggen uitvoerig alles uit. Een oudere heer laat ons ietwat besmuikt twee zogenaamde hoerenhondjes zien. Ik leg hier maar niet uit waarom ze zo heten :). Het kleine museum is zeer de moeite waard en de tentoongestelde spullen zijn vaak heel fraai.

Thuisgekomen kijken we naar een klein item over ons huis in het RTL4 programma 'Van Kavel tot Kasteel'. Voor de liefhebbers, morgen wordt het herhaald om 10.30 uur.
134 km, totaal nu 2510 km

vrijdag 13 mei 2011

Aangepast ontwerp gedeelde kettingtandwielhouder

Blogger heeft onderstaand bericht vanmorgen vroeg verdonkeremaand. Daarom een nieuwe poging.

Ik rij nu een half jaar met de gedeelde kettingtandwielhouder. De voordelen zijn evident. Het ontwerp voorziet er in dat het kettingtandwiel kan schuiven over de as. Dit houdt het kettingwiel steeds mooi recht in de kettinglijn en is het geheel mooi stil. Het kunnen schuiven van het kettingwiel is recentelijk door Velomobiel.nl overgenomen. Het originele busje dat het ketting(tand)wiel op het asje fixeerde is tot de helft gereduceerd.
Waarom dan toch een gedeelde kettingtandwielhouder?
De O-ring rond het kettingwiel gaat maar ongeveer 1000 km mee, soms maar enkele honderden kilometers. Als de O-ring verdwenen is, vreet de ketting zich langzaam in het kunststof kettingwiel. Dat gaat gepaard met veel lawaai. Toegegeven, als de kettingschalmen hun profiel hebben ingesleten, wordt het lawaai iets minder. In Dronten tillen de mannen daar niet zo zwaar aan, ik wel.
Bij de recente versies van het Alligt kettingtandwiel met de spaken, gaan de O-ringen wat langer mee. Wel onder voorwaarde dat het kettingtandwiel kan schuiven over zijn as. Toch gaan ook deze O-ringen na 3 tot 5000 km kapot. Vervang je de O-ringen niet, dan gaan de tanden van het tandwiel binnen enkele honderden kilometers kapot en is er niet meer te fietsen.
Dit betekent dat het ketting(tand)wieltje zo nu en dan moet worden verwijderd. Met lange armen is dat redelijk te doen. Die lange armen heb ik niet en is het een heel geklooi om het ketting(tand)wiel te verwijderen en weer goed te plaatsen.
Daarom bedacht ik een bevestiging waarbij het ketting(tand)wiel door het losdraaien, in de fiets, van één inbusboutje, kan worden verwijderd. Dit is eenvoudig en in enkele seconden te doen.
Het prototype van de ashouder was van RVS en woog 76 gram. De huidige versie is van aluminium en weegt nog maar 40 gram, slechts 15 gram meer dan het standaard asje van Velomobiel.nl. Om het schuiven goed mogelijk te maken is het nodig om één flens van het kettingtandwiel van 68 mm af te draaien tot 64 mm. Doe je dit niet dan loopt de flens vast tegen de oplopende onderzijde van de tunnel.
Wat kost dit alles? Het ashoudertje incl. asje van gereedschap staal, kost 79 euro incl. btw. Een afgedraaid kettingtandwiel kost 25 euro. Samen voor 99 euro.
Wil je ook zo'n handig ashoudertje, bestel hem gewoon in de webwinkel.
Hou rekening met een levertijd van 3 weken.

Road kill en racekap nog veiliger

Jan Reus heeft de lichte lakschade aan de gele racekap met de dubbele carbon strepen onzichtbaar hersteld. Een goede reden om samen met Kees even op en neer te rijden naar Hoorn en de kap op te halen.
Er is nog een reden die kant op te gaan. Kees heeft een zeer recent aangereden haas langs de weg gevonden. Vriend Sebastiaan Talsma wil hem graag hebben en Kees brengt de haas bij Sebastiaan in Driehuizen langs.
We hebben de wind mee en dat rijdt lekker licht. Als we vanaf een dijkje de Schermer inrijden lijkt het erop dat Kees een snelheidsrecord wil neerzetten. Hij komt tot 56 km/u. Ik moedig hem aan door te trappen tot 60 km/u, maar dat is een brug te ver.
Bij Jan in Hoorn is het pauze bij Van den Berg. We eten ons brood samen met het team van Van den Berg.
Ik krijg de kap voor J.H. mee, een fraaie gele met uitgespaarde carbon strepen erin. De wind is nu pal tegen en is het wel heel makkelijk om bij Kees weg te rijden. Kees vindt de gele kap wat vriendelijker ogen dan de donkere carbon kap.
Als bij Avenhorn onze wegen scheiden kan ik lekker snelheid maken in de Mijzenpolder. 45 tot 47 km/u bij hartslag 130 met een windje 3 tot 4 Bft tegen is heel prettig. De racekap heft precies het snelheidsverschil voor en tegen wind op. Met de wind mee zonder racekap bereik ik met dezelfde hartslag dezelfde snelheid. Wielrenners die ik achterop rij lijken wel stil te staan, zo groot is het snelheidsverschil. Hoewel ik met het vizier de temperatuur goed kan regelen, word ik over mijn lichaam wel wat meer bezweet.
Thuis maak ik enkele foto's. Hoewel de ontwikkeling van de racekap nu voorbij is, is een belangrijk veiligheidsaspect toegevoegd. Om de gehele rand rond het hoofd is nu een neopreen kraag aangebracht. Dit moet bij een ongeval het risico van verwondingen aan het hoofd door de carbon rand voorkomen.
Deze gele kap is iets donkerder van kleur dan mijn carbon Quest. De kap is dan ook voor een glasvezel Quest. Deze zijn wat donkerder en een fractie roder.

woensdag 11 mei 2011

Rondje hard rijden in Noord-Holland

Vandaag wil ik een rondje Noord-Holland rijden. Gisteravond laat vraagt René van den Berg of ik hem vanuit Den Helder waar hij huisarts is, naar Hoorn wil escorteren. Ik mail terug dat als we het ritje kunnen uitbreiden met mijn eigen rondje via Den Oever en Medemblik, ik graag wat eerder uit mijn bed kom.
Om negen uur zit ik met prachtig weer in de fiets. In 1 uur 20 minuten rij ik de ruim 50 km naar het Total benzinestation aan de zuidkant van Den Helder.
René heeft er zin in, dit is beter dan het werk dat hij vannacht heeft moeten doen. Met snelheden van ruim in de 50 km/u rijden we naar Den Oever. Als René zuidelijk van Den Oever echt op het gas trapt rijden we 57 tot 58 km/u. Dit is geen grap en ik vraag me af hoe lang hij dit volhoudt. Gelukkig niet lang, want deze snelheden zijn zonder racekap en andere aero-dynamische voorzieningen domweg niet lang vol te houden.
In Medemblik, we zijn daar wel heel snel, drinken we koffie. Tijdens het rijden met hoge snelheid zie ik te laat dat Kees me belt en ik bel hem op het terras terug. Kees is samen met Pé bij Jan Reus en komen richting Medemblik. We ontmoeten elkaar halverwege en kletsen bij.
Bij Stephan van den Berg in Hoorn heeft Jan twee mooie racekappen klaar staan. René neemt zijn witte kap in ontvangst en ik zet een heel fraaie gele met carbon strepen op mijn fiets. Helaas blaast de inmiddels toegenomen wind de kap van mijn fiets af en dit levert een kleine beschadiging van de gele lak op. Jan moet weer aan het werk om de kap weer splinternieuw te maken. Sorry Jan.
René rijdt achter mij aan door Hoorn en Berkhout. Bij een verkeerslicht komt ie naast me staan en vraagt waar de wind vandaan komt. Ik antwoord: 'Recht van voren'. René is tevreden over de geruisloze werking van de kap en gaat er morgen zijn eerst woon-werk rit mee maken.
De totale rit van 145 km leg ik af binnen 4 uur. Een gemiddelde snelheid van 36,2 km/u.

zondag 8 mei 2011

Vroeger was het zo slecht nog niet

Vanmorgen rijden Kees van Hattem en ik naar de ruïne van Brederode in Santpoort zuid. Bij de verkeerslichten in Krommenie verzucht een wielrenster dat ze het lange tegen wind rijden wel zat is. Ik zeg dat ze op de verkeerde fiets zit. Ze kijkt wat verongelijkt en vraagt of ik haar fiets niet mooi vindt. Ik antwoord 'wel mooi maar nog steeds verkeerd'. Als ik zeg dat we er allemaal in ieder geval even veel plezier aan beleven, gaat ze met haar drie vrienden voor de wind naar Uitgeest.
Natuurlijk halen we ze even later met enig vertoon van macht in.
Ik kan Kees verleiden een stukje om te rijden via de prachtige Zeedijk alvorens in te schepen op pont Buitenhuis. Kees heeft er zin in en kart tegen wind soms tegen de 40 door de droge prettig warme lucht.
Aan de zuidzijde van het Noordzeekanaal gaat de snelheid makkelijk omhoog, even zelfs tot boven de zestig km per uur.

Bij de ruïne van Brederode zijn twee middeleeuwse groepen actief. Marian van Hattem en dochter Wanda en echtgenoot Arie, met hun kleine Anne voeren hun middeleeuwse taken uit. Dat betekent onder meer veel eten en drinken, je weet immers nooit wanneer de volgende maaltijd zich aandient.

Ik probeer een zo middeleeuws mogelijk foto te maken van Wanda die Anne de borst geeft. Thuis gekomen blijkt het middeleeuwse deels gelukt. Of Birkenstock moet al in de middeleeuwen slippers leveren. Dat blijkt niet het geval, Birckenstock bestaat sinds 1774. Uiteraard weet ik wel raad met ongewenste beeldelementen.

Als we onder de grote oude kastanjes ons brood hebben opgegeten gaan we via IJmuiden weer terug naar De Woude. Wel nog even een ijsje scoren op de noordelijke oever, hartelijk dank Kees.
Kees gaat nog even mee naar De Woude. Als daar een boot met kennissen afmeert vertrekt Kees voor de laatste 17 km naar Heerhugowaard. Mooi relaxt ritje.
60 km, 2150 km totaal

woensdag 4 mei 2011

Hoorn-Oostwoud-Dronten

Vandaag een wat langere rit via Hoorn en Oostwoud naar Dronten. Ik ga een witte racekap en een witte toerkap afleveren aan Hans Wessels. Hans is pas om 15.30 uur in Dronten, dus kan ik mooi even naar de 70ste verjaardag van Jan Geel. Met de racekap op mijn fiets rij ik naar Oostwoud. Bij de fam. Geel is het een drukte van belang. Verschillende fietsers zitten aan de koffie met heerlijke door Annie gebakken appel- en aardbeientaart.
Als de bowl op tafel komt, de ligfietsers zijn daarvoor met een natte vinger te lijmen, is het voor mij tijd om naar Dronten te rijden. Meestal rij ik in een groep en blijft de snelheid beperkt. Nu ik alleen ben en met rugwind en racekap is het wel heel aantrekkelijk om flink gas te geven. Na de wat voorzichtige passage van het aquaduct, de richel in de afdaling wordt steeds hoger, bereik ik op het diepste punt een snelheid van 67 km/u. Op het vlakke beton aan de westkant van de dijk gaat de snelheid naar 60 km/u. Als ik de dijk over moet om aan de oostkant van de dijk te rijden, wordt het wegdek veel onregelmatiger. De snelheid zakt terug tot 56 km/u en blijft zo tot de grote knik in de dijk bij Lelystad. Na precies 31 minuten is de 27 km lange dijk onder de wielen doorgevlogen.
Bij wijze van afwisseling volg ik deze keer de route langs het water om meer oostelijk Dronten binnen te rijden. Enkele omleidingen maken dit geen snelle noch comfortabele route.

In Dronten is het zoals gebruikelijk rommelig druk. Ymte heeft een vrije dag, maar is bereid om mijn achterwiel opnieuw te spaken. Zoals de vaste lezers mogelijk nog weten is de slinger in het wiel veroorzaakt door een exploderende Super Moto achterband.
Hans arriveert en is blij met zijn nieuwe kappen. Ymte komt even later en slaagt erin de slinger uit mijn wiel te spaken.
Theo beperkt aan één kant de spoorbreedte enigszins om de stuuruitslag over rechts gelijk te maken aan links.
Om kwart voor vijf ga ik weer op huis aan. Nu zonder racekap en op de dijk tegen een flink aangetrokken noordelijke wind. Dat is heel andere koffie. Toch slaag ik erin om royaal voor de dodenherdenking thuis te zijn.
211 km

dinsdag 3 mei 2011

Geluid wielkast ingedamd

De Quest en Strada zijn door hun grote dunne kunststof vlakken gevoelig voor resonantie. Op gladde wegdekken is er geen probleem, de carrosserie is dan in rust. Bij slechter wegdek ontstaat rumoer, vooral aan de achterzijde van de Quest. Bij glasvezel Questen is het geluid van een lagere frequentie dan bij de carbon Questen. Bij carbon Questen zijn veel delen dunner dan van glasvezel Questen. Maar welke delen veroorzaken het meeste lawaai?
Daar kom je snel achter als je met de knokkel van je middenvinger op verschillende plaatdelen tikt. Als het ontstane geluid dof is en heel snel 'uitsterft' zal dit deel niet snel resoneren. De buitenkant van de body van de Quest is vrijwel overal gekromd. Dit zal niet snel resoneren. Tik je evenwel tegen de wielkast achter dan ontstaat een vrij harde metalige klank, bij glasvezel Questen wat lager, bij carbon Questen wat hoger van frequentie. De wielkast achter bestaat uit twee grote dunne vrij vlakke platen. Bij slecht wegdek komt eerst de linker wielkast in trilling, bij nog slechter wegdek ook de rechter wielkast. De laatste komt later in trilling doordat er een kunststof kettingafscherming met klittenband tegen aan zit.
Hoe los je dit nu op? Allert, de ontwerper van de Quest, kent het probleem natuurlijk. Hij adviseert een steuntje te maken tussen de wielkast en de zijkant van de romp. Dit is evenwel niet makkelijk omdat het beladen van de Quest dan moeilijker wordt. Ook zal dit steuntje mogelijk een zichtbare uitstulping veroorzaken in de romp.
Ik krijg een idee om dit probleem te lijf te gaan door de wielkast te omsnoeren met een spanband met daartussen flexibel materiaal.
Ik kijk wat ik voorhanden heb en neem een stuk van 25 x 25 cm ibiliet, het spul waar o.m. Challenge zijn zitjes van maakt. Het is ook het materiaal dat door Velomobiel.nl wordt gebruikt voor de arm- en schoudersteunen. Elk ander materiaal dat trillingen en geluid dempt is OK. Zelfs een kussentje zal goed werken.
De wielkast is natuurlijk rond dus wil de spanband aan de achterkant niet blijven zitten. Daarom plak ik zover mogelijk achterop de wielkast een stukje ibiliet met klittenband. Ik trek de spanband er omheen en steek het stuk ibiliet ertussen. Dan even flink naspannen en klaar is Wim. Tussen de spanband aan de rechterkant stop ik een tasje met een regenjack. Dat is echt alles.
Werkt het ook? Jazeker! De geluiden uit de achterkant van de Quest zijn naar mijn schatting voor 80% verdwenen. Sowieso is het metalige geluid geheel weg. Alleen in extreme gevallen, het achterwiel moet dan echt los van de grond komen bij bijv. een gat in het wegdek, is het metalige geluid soms nog hoorbaar.
Kan het nog beter? Zeker. De wielkast kan beplakt worden met kunststofschuim. De laag kunststof die wordt aangeperst kan wat dikker zijn. Ook is het makkelijk mogelijk om in plaats van één, twee spanbanden aan te brengen. Ga je met vakantie, dan haal je de spanband er snel van af voor meer bagageruimte. Met een volbeladen fiets trilt de wielkast sowieso niet.
Voor dit moment ben ik buitengewoon tevreden met het resultaat.
Dit zal bij iedere Quest of Strada goed werken, glasvezel of carbon maakt niks uit.
Probeer het maar en laat me weten of het werkt.

zondag 1 mei 2011

Spezi 2011

Ik wil wel een keer naar de Spezi, een grote beurs in Germersheim Duitsland. Op deze beurs is letterlijk alles te vinden voor fietsers die niet met een standaard bukker rijden. Het is wel 1100 km heen en terug. Dat zou eigenlijk in twee dagen moeten, maar een nacht overblijven trekt me niet aan. Daarom maken we er maar een dagtocht van.
Jan Geel staat om 7.00 uur op de vaste wal als ik over kom roeien. Samen gaan we in de Audi op weg. Na 4,5 uur comfortabel toeren in de S6 zijn we in Germersheim in de Stadthalle.
Het is echt een feest om hier een aantal uren rond te kijken. Het barst van de zelf geknutselde fietsen en onderdelen hiervoor. De bouwers maken op straat hun rondjes. Er is zelfs een tot zeilboot omgetoverde Leiba present. Er zijn ook veel velomobielen. Jan en ik komen tot de conclusie dat de produkten uit Dronten wel erg verfijnd zijn. Verschillende velomobielen, meestal trikes met een kunststof omhulsel, zijn niet eens waterdicht.
De racekap staat netjes tentoongesteld. Met dank aan Flevobike die de kap heeft meegenomen en zelfs 200 kleurenfolders voor mij heeft geprint. We zien buiten een Quest staan met een fraaie racekap. Daar past alleen een wel heel klein mannetje onder. Ook zijn luchttoevoer en het voorkomen van beslaan van de ruit in onze ogen niet goed opgelost.
Daniel Fenn is uiteraard aanwezig met zijn nieuwe Go-One creaties. Licht, sterk en snel. Niet zo geschikt om mee te toeren, te spartaans geveerd en ook wel stevig aan de prijs.
We spreken Ymte, Allert en Eva van Velomobiel.nl. Ymte is komen fietsen en gaat om 16.00 uur weer richting Nederland.
Om half vijf hebben we alles wel zo'n beetje gezien en koersen noordwaarts. Veel stukken autobahn mag er maar 130 km/u worden gereden. De laatste 60 km naar de grens mag de Audi even echt aan het werk. Tot 200 km/u blijft het rustig in de auto en hoef je je stem niet te verheffen om elkaar te verstaan. Bij 230 km/u wordt de motor wat hoorbaar. Ook komen voorliggers wel erg snel dichterbij. Dat is dan ook niet lang vol te houden. Na weer 4,5 uur, inclusief een onderbreking voor wat eten, zijn we weer op De Woude.
Prachtige dag.

maandag 25 april 2011

Wieldoekpees achter te kort

Vandaag maar een kort ritje, vanmiddag staat het eerste vaartochtje dit jaar met de sloep op het programma.
Kees komt langs en is zeer tevreden over het luxe dashboard dat mijn Quest vanaf gisteren siert.
We rijden naar Purmerend langs het Noord-Hollands kanaal. Het is weer prachtig weer en zelfs een pittige tegenwind weerhoudt Kees er niet van 36 km/u te rijden. Tot onze grote verrassing is de brug over de Jispersluis geopend. We zijn hier nu al vele tientallen malen langs gereden en dit is de eerste keer. Enkele pauzerende fietsers maken van de gelegenheid gebruik om even naar de Quest te komen kijken. De bermen zijn prachtig geel gekleurd door bloeiende boterbloemetjes.
Via Neck komen we op de lange en kaarsrechte Zuiderweg in de Wijdewormer terecht. Zonder veel inspanning, we hebben de wind nu pal achter raffelen we de afstand in no-time af. Kees stelt voor om ons maar weer eens te laten zien op de Zaanse Schans. Dat levert natuurlijk weer de bekende taferelen met fotograferende bezoekers op.
Oostelijk van Wormer slaan we linksaf naar een nieuw schelpenpad dat ons naar de Dorpsstraat in Wormer brengt.
Kees' Quest gooit flinke stofwolken op, het is dan ook gortdroog.

Plotseling hoor ik geritsel aan de achterkant van de fiets. Het linker wieldoekje is losgeraakt uit de klemmetjes en draait om de achteras rond. Fiets op zijn kant en de pees van het wieldoekje weer in de klemmetjes drukken. Dit is de eerste keer dat mij dit gebeurt. Dat het geen unieke gebeurtenis is blijkt uit het feit dat ook Elly Harte dit twee weken geleden ook had. De pees is gewoon wat te kort en zet te weinig spanning op de klemmetjes. De oplossing lijkt simpel. Ik maak een nieuw busje dat een centimeter langer is dan het huidige busje waarmee de beide uiteinden van de pees wat verder uit elkaar komen te staan.
Het busje is nu 4 mm dik met een wanddikte van 0,5 mm. De lengte is nu 4 in plaats van 3 cm. De binnendiameter van het busje is dus 3 mm. De glasvezel pees is 2,85 mm dik dus het past prima. Bij de montage blijkt dat het aluminium busje niet sterk genoeg is. Het buigt precies om op het knikje dat de afstand van de pees t.o.v. elkaar moet realiseren.
Gelukkig heb ik een stuk glasvezel pees liggen dat de lengte van het geheel precies een centimeter langer maakt. Dit is de goede oplossing, het wieldoekje zit nu stevig in zijn klemmetjes.

En hoe is het rubber 'dashboard' bevallen? Meer dan uitstekend. Het vizier valt nu in het geheel niet meer op omdat er totaal niets meer in weerspiegelt. Het geeft een heel rustig beeld om naar te kijken.

zondag 24 april 2011

Rubber rand instapgat

Vandaag komt Jan Reus langs op De Woude om een rubber rand om het instapgat van mijn Quest te maken.
De belangrijkste voordelen noemde ik eerder:
-Geen hinderlijke reflectie in het vizier van de rand van het instapgat meer. Kijk maar eens naar de foto van voor en na de montage van de strook rubber. Met een donkere achtergrond is de reflectie het hinderlijkst. Tijdens normaal rijden is de achtergrond meestal minder donker, maar hinderlijk is het altijd. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat het dragen van een Polaroid bril de reflectie soms elimineert. Zo'n bril draag je natuurlijk niet altijd.
-Effectieve afvoer van water dat aan voorzijde langs schuimkap of racekap komt
-Geen beschadiging van de rand van het instapgat door aanschoppen met schoenplaatjes.

Een enkele keer schaaf ik het vel van mijn scheenbeen bij te schielijk in- of uitstappen door de scherpe onderrand van het instapgat. En zo te zien aan de scheenbenen van verschillende velomobielrijders, ben ik niet de enige. De nieuwe rubber rand voorkomt dit heel effectief.
Tenslotte ziet het er fraai en heel rustgevend uit. Dashboards van auto's zijn niet voor niks altijd donker om reflectie in de voorruit te vermijden.

Kan iedereen dit zelf aanbrengen? Nu ik heb gezien hoe Jan Reus dit doet moet ik vaststellen dat dit niet het geval is. Het vereist heel veel ervaring en handigheid om het materiaal rond uitstulpingen en in de juiste bocht aan te brengen. De foto's geven een goed beeld. Jan heeft veel RVS stuurwielen van dit materiaal voorzien. Ook gieken en stuursticks van vliegers heeft Jan bekleed.
Het voorbereiden en aanbrengen van het materiaal kost rond anderhalf uur. Het rubber zelf kost minder dan een tientje.
Zouden er liefhebbers zijn die dit ook in hun Quest of Strada willen, Jan doet dit beroepsmatig graag. Reken op tussen 75 en 90 euro, inclusief materiaal. Bel hem niet, maar schrijf hem een mailtje op jmreus @ quicknet.nl. Haal wel de spaties naast de @ weg.