woensdag 10 juli 2013

Kettingtandwielen


Een kettingrol, kettingwiel of kettingtandwiel, zijn allemaal mogelijkheden om de ketting onder ons stoeltje door te geleiden. In vroeger dagen hadden we allemaal een brede nylon rol in onze velomobielen. De ketting sleet daar een patroon in waardoor het lawaai wat dragelijker werd. Later werd de nylon kettingrol vervangen door een kettingwiel. Dit kettingwiel had een enkele rubber O-ring.  Hierdoor werd het geluid een heel stuk minder tot .... de O-ring na ongeveer 1000 tot 2000 km was versleten. De ketting groef zich vervolgens in het kunststof van het kettingwiel en was ook het lawaai weer terug.

Omdat de rijwind het geluid van het ratelende kettingwiel maskeerde, accepteerde vrijwel iedereen deze situatie. Tot de introductie van het minivizier. Windgeruis werd hierdoor zoveel minder dat het geratel van de ketting weer de boventoon ging voeren. De oplossing was het kettingtandwiel met 2 O-ringen links en rechts naast het tandwiel. Veel herrie verdween hiermee voorgoed al bleef de ketting nog wel vaak tegen de binnenkant van de flens tikken. Dit is op te lossen door het doormidden zagen van de 15 mm lange aluminium bus om de as en het afdraaien van 2 mm van de flens van het kettingtandwiel. Hierdoor kan het kettingtandwiel zo'n 8 mm heen en weer schuiven over de as en loopt het kettingtandwiel midden in de kettinglijn.

De twee 2,4 mm dunne O-ringen gaan enkele duizenden kilometers mee op voorwaarde dat ze op tijd worden vervangen. Als de ketting de kans krijgt om het kunststof van de bodem tussen de tanden te verslijten, zullen nieuw geplaatste O-ringen binnen 100 km weer kapot zijn.

Om de O-ringen makkelijk te vervangen heb ik al enkele jaren geleden een deelbare kettingtandwielashouder ontworpen. Het kettingtandwiel kan nu in enkele tellen uit de fiets worden gehaald. Doordat het kettingtandwiel bijna een centimeter heen en weer kan schuiven over de as, kan de aandrijving volledig stil worden en ook blijven. De ketting loopt nu automatisch in rechte lijn door de fiets en heeft de minste weerstand.

De weerstand kan verder verlaagd worden door het kettingtandwiel van zoveel mogelijk tanden te voorzien, zo licht mogelijk te construeren en uit te rusten met betere lagers dan de standaard Chinese lagertjes van een paar dubbeltjes die van een slepende kunststof afdichting zijn voorzien. Daar zijn nu, indien gewenst, SKF E2 lagers met metalen niet slepende afdichting voor beschikbaar.


Velomobiel.nl heeft recentelijk een nieuw kettingtandwiel ontworpen met stalen tandwiel. Doel was dat zo'n kettingtandwiel meer dan 30.000 km probleemloos mee moet gaan. Ik denk dat dat wel gaat lukken. Maar ... dit heeft wel een prijs. Het gewicht van dit 14-tands kettingtandwiel is met 91 gram vrij hoog. Het 15-tands Alligt kettingtandwiel weegt, inclusief SKF E2 lagers, maar 49 gram. Daarnaast is het Velomobiel.nl kettingtandwiel 18,5 mm breed, het Alligt exemplaar slechts 16 mm. Daardoor kan het Alligt kettingtandwiel bijna 1 cm heen en weer schuiven over de as, het Velomobiel kettingtandwiel veel minder. In elk geval kan het Velomobiel.nl kettingtandwiel niet in de deelbare kettingtandwielashouder worden gebruikt. Let wel, dit is geen kritiek op het kettingtandwiel van Velomobiel.nl. Als je geen omkijken wil hebben naar dit onderdeel en kettinggeluid je niet ergert, is er niks mee.

Ik wil domweg mijn ketting niet horen, maar dan ook helemaal niet. Het kunststof Alligt kettingtandwiel in combinatie met de deelbare ashouder garandeert dit. Veel gebruikers hebben dit al als weldadig ervaren. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ook het schuifbaar maken van het kettingtandwiel over de standaard as tot hetzelfde resultaat kan leiden. Wel uiteraard met het kunststof Alligt kettingtandwiel.

Vandaag test ik een mogelijke uitbreiding van de Alligt kettingtandwielserie. Voor een langere levensduur, ook als de O-ringen een keer kapot mochten gaan, heeft Alligt een aluminium tandwiel ingegoten in het verder kunststof kettingtandwiel. Ik heb twee versies getest, één met 2,4 mm O-ringen en één met 3 mm O-ringen. De versie met 2,4 mm O-ring is behoorlijk lawaaiig, bij iedere stand van de versnelling. Dit is een eigenschap van ieder metalen kettingtandwiel waar de ketting over een vlakke hoek wordt geleid. De versie met 3 mm O-ringen is een stuk stiller. Het haalt niet de heerlijke stilte van het kunststof Alligt kettingtandwiel, maar is zeker heel acceptabel, zelfs voor mij :). Ik heb Leo Visscher van Alligt gevraagd de tanden van het tandwiel mooi taps te maken. Te zijner tijd zal dit deels metalen, slechts 52 gram wegende kettingtandwiel, zowel met SKF E2 lagers als met standaard lagers, in de webwinkel te koop zijn.

Bij de foto's:
De kettingtandwielen met 5 spaken zijn de Alligt kettingtandwielen
Het Alligt kettingtandwiel met metalen lagerafdichting is voorzien van SKF E2 lagers
De gesloten versie is van Velomobiel.nl.


zondag 7 juli 2013

Rondje Noord-Holland


Weeronline waardeert het weer vandaag met een 10. Mensen die nu binnen blijven kunnen beter de toegang tot hun verblijf dichtmetselen. Als ik om 8.00 uur in de Quest zit zijn er al heel veel mensen op pad. Eerst beland ik in een wandelevenement, nooit begrepen dat dat al zo vroeg begint.

Verder is het nog rustig en Alkmaar, normaal een hindernis, is snel gepasseerd. De zon brandt al fel en factor 50 doet hopelijk zijn werk op mijn pigmentloze velletje. De wind is ook nog in slaap, meer dan Bft 2 uit het noordoosten is er niet. Dat betekent zonder al teveel moeite rond de 40 km/u rijden. Veel landbouwers treffen voorbereidingen om hun gewas te besproeien. Voor hen is tien dagen droog weer bepaald geen zegen.

In Den Helder even een korte stop met een broodje bij het Texaco benzinestation. Dan door naar Den Oever. Overal komen de wielrenners uit hun schulp. Gezien het grote aantal hangbuikjes is het voor velen kennelijk ook de eerste keer. Op Wieringen is blijkbaar een evenement met historische trekkers aan de gang. Deze oude exemplaren rijden nog rond de 16 km/u, een heel verschil met de huidige monstertrekkers die zomaar 60 km/u rijden.

Naar Medemblik komt de wind wat achterlijk in, heerlijk rijden zo. Het is immens druk op het terras van restaurant Kwikkel. Er is geen stoel onbezet en wachten wil ik ook niet. Dan direct door naar de zuidelijke randweg van de Wieringermeer. Een heel groot peloton wielrenners heeft de gang er lekker in. Eén toetertje en de groep gaat gedisciplineerd aan de kant. Ze roepen allemaal naar voren 'auto' 'auto'. Ik meen dat ik met iets anders onderweg ben, maar het effect is als gewenst. De weg is geheel opnieuw geasfalteerd en het zoeft er lekker over.

Als ik uit de polder het oude land weer oprij loop ik vast in weer een evenement. Nu zijn het vele tientallen meest oudere heren met even oude Zündapp, Kreidler en andere historische brommers. De heren zijn goedgemutst en maken het fietspad snel vrij.

Ook de Langereis is over een heel grote lengte opnieuw geasfalteerd, voortreffelijk. Via Heerhugowaard, Ursem, Schermerhorn en Driehuizen rij ik rond het middaguur al weer naar De Woude. De 135 km zijn in 3.45 uur onder de wielen doorgerold. Prachtige rit met prachtig weer.

woensdag 3 juli 2013

VeloTilt mal en tilting lock



De werkzaamheden aan de VeloTilt vorderen gestaag. Er wordt niet full-time aan gewerkt omdat Jan doordeweeks bezig is met het maken van kappen en reparaties aan veel beschadigde Quests, Quest XS, Strada en Mango's. In de regel werken Jan en Jeroen er zaterdag en soms een deel van de vrijdag aan.

Het eerste maldeel, de top, is nu klaar. Onderstaand wat foto's en beperkte beschrijving van werkwijze en gebruikte materialen. Ook zijn de Risse onderdelen, de speciaal aangepaste Astro 5 demper en de geheel nieuw ontwikkelde hydraulische lock, niet meer dan 150 gram zwaar, gearriveerd. Ook van een andere fabrikant hebben we een kabelbediende gemodificeerde gasveer ontvangen.

De zwarte plug van de VeloTilt wordt solide vastgezet in een houten frame. De vorm van de top wordt door heel precies passende hechthouten stroken ingekaderd. Een eventueel minuscule mispassing wordt met een zachte kneedbare kunststof dichtgesmeerd. Voor een latere optimale passing van de delen worden grote glazen knikkers geplaatst.

Laag 1
Gelcoat: Crystic Gelcoat 14PA
Zorgt voor een mooi afgewerkt oppervlak van de mal. De gelcoat neemt de glans over van de plug, maar kan nog verder gepolijst worden mocht dat nodig zijn.



Laag 2
Skincoat: Crystic VE 679PA Skin coat.
Met deze hars worden 2 lagen 450 g/m2 CSM (chopped strand mat) geïmpregneerd. Deze hars krimpt nauwelijks en voorkomt dat de vezels terug te zien zijn in het mal oppervlak. (fiber print trough).


Laag 3
Crystic RTR 4000 PA rapid tooling resin
Met deze hars worden 4 lagen 450 g/m2 CSM geïmpregneerd. Deze hars is relatief dik en zorgt er voor dat er snel laagdikte wordt opgebouwd. Hoe dikker de mal hoe stijver hij wordt. Ook deze hars krimpt nauwelijks waardoor de mallen goed maatvast blijven.

De laatste foto is van plug/mal waar de houten flensrand is verwijderd en waar je de groene gelcoat ziet.

Alle harsen zijn van Scott Bader een Engelse fabrikant en geleverd door Advanced Plastics uit Zeewolde. De 3 harsen zijn allemaal op vinylester basis. Vinylester hars heeft bijna dezelfde mechanische eigenschappen als epoxy, maar is veel goedkoper.

dinsdag 2 juli 2013

Hoe maak je een Quest sneller?



De prima 58,2 km/u tijdens de afgelopen zaterdag gehouden uursrace is natuurlijk niet uit de lucht komen vallen. Uiteraard is er vrij serieus getraind én gerust. Eerder al heb ik betoogd dat trainen en rusten, zeker als het lijf volgende maand al 66 jaar meegaat, van cruciaal belang zijn. Een standaard Quest die nieuw uit Dronten komt heeft 356 Watt (Kreuzotter) nodig om 58,2 km/u te bereiken. Mijn SRM meter laat pijnlijk nauwkeurig zien dat ik tijdens deze uursrace 'maar' 207 Watt gemiddeld heb getrapt. De verschillende maatregelen hebben er dus voor gezorgd dat ik maar liefst 155 Watt 'winst' heb geboekt t.o.v. een standaard Quest.

Voor die liefhebbers die mij graag bijhouden, of liever nog voorbij willen rijden, volgt hieronder het lijstje met aanpassingen.

-Racekap met kleinere hoed en nacaduct
-Wielstroomlijnkappen om alle wielen
-Michelin radiaal banden voor
-Schwalbe Furious Fred band achter
-Latex binnenband in Furious Fred achter
-carbon stroomlijnbakjes in voetengaten
-25 mm velgen
-Risse Astro 5 schokdemper met 1,5 cm lagere afstelling, luchtdruk 5 bar, demping sterk
-Verwijderen spiegels
-Lexan strips links, rechts en bovenaan achterzijde staart Quest
-Wieldoekjes ook aan binnenzijde voorwielen
-carbon kettingafscherming boven trekkende ketting
-TerraCycle kettingtandwiel met metalen tanden
-Kettingtandwiel schuivend over as voor optimale kettinglijn
-Sidi wedstrijdschoenen (415 gr) i.p.v. Sidi MTB schoen (475 gr)
-Bebop pedalen
-61-tands voorblad, 11 achter
-Enkele laag Ventisit i.p.v. drielaags comfortversie
-Alle uitstekende leds met Coroplast tape stroomlijnen
-Afplakken claxon
-Bouten kettingtandwiel bij tunnel met tape stroomlijnen
-Alle gewicht uit Quest incl. accu (deze race vergeten :))
-Quest wassen
-Wielkasten ontdoen van zand

Kan het nog beter en dus sneller? Zeker.
-De wielstroomlijnkappen zijn van de allereerste generatie. Er zijn inmiddels smallere en beter gevormde exemplaren. Mogelijk dat David Wielemaker, de ontwerper van de VeloTilt, betere exemplaren gaat ontwerpen.
-De Furious Fred band is niet de snelste band. De Super Moto is sneller, maar die past niet in mijn achterste wielstroomlijnkap. De Furious Fred band kan overigens ook sneller gemaakt worden door de noppen eraf te slijpen. Die moeite heb ik niet genomen.
-Verwijderen koplamp t.b.v. ventilatie. Een gat midden voor op de neus heeft geen aerodynamisch nadeel.
-Aangepaste voetengat stroomlijnbakjes. De eerste versie is geheel dicht. Een gat aan de voorzijde van het bakje zorgt voor ventilatie zonder veel aerodynamisch nadeel. Teveel warmte veroorzaakt onder meer kramp, ventilatie is dus wel van belang.
-De Quest nog lichter maken door carbon swingarm en voorframe.
-De Quest body stijver maken. Mijn lichte carbon Quest is uiteraard niet de stijfste die er is. In een linkerbocht lopen banden vanaf 50 mm breedte aan in de wielkast. Geen verwijt aan Velomobiel.nl, ik heb er zelf om gevraagd. Bij zwaar aanzetten is te merken dat er een beetje flex in de body zit. Deze flexibiliteit betekent dat niet alle trapkracht naar de aandrijving gaat. Uiteraard kunnen wij de body zelf versterken, Jan Reus van Velomobielonderdelen.nl kan dat als geen ander.

Toch betekent 58,2 km/u met 207 Watt dat de Quest een verdraaid snelle velomobiel is. Met nog enkele overzichtelijke aanpassingen is 60 km/u met 200 Watt zeker haalbaar. En voor die fietsers die denken dat een Milan (SL) sneller is moeten de website van de fabrikant van de Milan maar eens bekijken. Een Milan rijdt volgens de fabrikant bij 200 Watt …. 60 km/u.
De Quest XS is nog beduidend sneller dan de normale Quest.
Reken er maar op dat Velomobiel.nl, nu Daniel Fenn daar werkt, met iets speciaals op de proppen komt.

Morgen weer wat ontwikkelingen van de VeloTilt

Foto: Magic Bullet





zaterdag 29 juni 2013

Uurrace RDW ... 58,2 km/u


In de voorbereidingen voor de wedstrijd van vandaag op de RDW testbaan is 5 weken geleden een ziekteperiode van twee weken ontstaan. Direct daarna heb ik de training serieus hervat en de SRM meter bewijst dat de conditie aardig richting het niveau van CycleVision 2012 is gegaan.

De Quest is de laatste dagen voor de wedstrijd vertroeteld. Zelfs een complete schoonmaakbeurt valt de fiets ten deel. De Quest krijgt nu carbon voetenbakjes en wieldoekjes aan de binnenkant van de voorwielen. Verder is de fiets hetzelfde toegerust als vorig jaar. De weersomstandigheden zijn iets gunstiger dan vorig jaar. Er staat een noord-noordwestelijke wind van Bft 4 met uitschieters tot Bft 5. Ik wil over de dijk Enkhuizen-Lelystad rijden maar realiseer me dat de A7 wordt geasfalteerd. 7 km file staat er al en als ik nog maar een kilometer van huis ben draai ik om en rij via Amsterdam.Op de RDW baan is het om half twaalf nog vrij rustig. Eerst zullen de superstroomlijn fietsen een uur rijden. Het waait  evenwel te hard voor deze verfijnde racemachines. Team Cygnus en team Elan rijden een uur maar kunnen door de harde wind geen snelle tijden neerzetten. Team HPT Delft rijdt niet.

Jan Reus helpt met het onder de fiets plakken van de wielstroomlijnkappen. Ook plakt ie de racekap af op het instapgat, elke onnodige luchtwerveling levert weerstand op en dus snelheidsverlies. Ietwat geïmproviseerd worden de transponders uitgedeeld en de race kan beginnen. Voor de start sta ik opgelijnd naast Robert-Jan. Dat wordt leuk want hij is de laatste tijd veel sterker geworden en hij heeft zich voorgenomen zich niet door mij te laten verrassen.

Inrijden is er niet bij en samen met Robert-Jan gaan we van start. De SRM wordt op de startlijn gereset en alle waarden beginnen op 0. De eerste ronde gebruik ik om een beetje warm te rijden. Neemt niet weg dat de snelheid al gauw op 58 km/u staat. Als ik de eerste keer langs de start kom is de snelheid al ruim 60 km/u. Wow, dat gaat lekker. De Quest wordt door de wind af en toe flink te grazen genomen. Gelukkig minder dan vorig jaar toen ik af en toe moest stoppen met trappen om op koers te blijven.

Na twee ronden lukt het me om op het rechte stuk naar de start steeds tussen 61 en 62 km/u te rijden. Aan de overkant van de baan is de wind tegen, maar door de bomen is er beschutting. Daar zakt de snelheid terug tot 59 km/u. Ik verbaas me over de enorme snelheid die ik vrijwel continue kan vasthouden. De banden lopen dit keer niet aan en dat is prettig voor tussen de oren. Voor het eerst heb ik een plantenspuit in de fiets en enkele keren besproei ik mijn blote bast met een verkoelende nevel.

Robert-Jan komt niet langszij en moet dus minder hard rijden. Ik haal met grote regelmaat heel veel fietsers in, ook velomobielen. Ik word door Theo van Andel en door Ymte ingehaald, door Daniel Fenn later drie keer. Daniel heeft zoals gebruikelijk weer technische perikelen en moet vlak voor de start nog een band plakken. Dan blijkt ie ook nog een kapot velglint te hebben. Hij wordt door Matthijs Leegwater gered en krijgt een broodnodig velglint van Matthijs. Daniel weet de idiote snelheid van 67 km/u neer te zetten.

Het uur vliegt voorbij en ik blijf me verbazen dat het zo hard gaat. Tot mijn grote vreugde blijft kramp op de achtergrond. Ik heb, samen met een partij Risse dempers, een aantal OSMO producten uit de VS mee laten komen. Deze oplosbare poeders moeten de interne lichaamstemperatuur verlagen, het vermogen verhogen en ... kramp verminderen. OSMO wordt buiten de VS niet verkocht en de fabrikant wil - nog - niet exporteren. Het vermogen is gelijk aan vorig jaar, 216 Watt gedurende de eerste twintig minuten. Over het hele uur is het uiteindelijk gemiddeld 207 Watt. Normaal krijg ik na een half uur tot drie kwartier na de start kramp. Dit jaar niet. Het geklooi met de OSMO poedertjes, één dosis preload de avond te voren, één dosis een half uur voor de start, een ander poedertje voor tijdens de wedstrijd en weer een andere oplossing voor herstel na de wedstrijd, lijkt wel wat op te leveren. Ik kan tot het eind min of meer voluit gaan en er zit dan ook geen dip in de vermogengrafiek.

Op de SRM zie ik dat ik het uur net kan volmaken en ik finish dan ook 8 seconden na het uur.
De  snelheid is met 58,2 km maar liefst 1,8 km/u hoger dan de 56,4 km van vorig jaar.  (Zie ook de update 2 waar door een correctie op vorig jaar de snelheid wel 3,25 km/u hoger is).
Ik rij dan ook met een heel tevreden gevoel huiswaarts.

Update: De organisatie heeft de snelheden gecorrigeerd. De eerste uitslag was dat ik 59,8 km/u had gereden. Deze uitslag was gebaseerd op het rijden op een hoger deel van de kombaan. Ligfietsers rijden lager in de baan en leggen dus per ronde minder afstand was.

Update 2 d.d. 3 juli 2013
De organisatie lijkt in 2012 ook de foute baanlengte te hebben gehanteerd. Clément Pilette schrijft:

It seems that for the 1 hour race of 2012, the track length was also mistaken in the calculation. Looking at the official data, it is mentioned a track length of 2.850 km instead of 2.775. Therefore, your average speed for 2012 was 54.94km/h. So your speed gain is actually 3.25 km/h. The track length for the 2011 version is correct.Congratulations Wim, that's a big improvement and a great result.Greetings,Clément

Foto 1, 4 en 5 zijn gemaakt door Magic Bullet
Foto 2 en 7 zijn gemaakt door Jan Reus
Afbeelding uitslag van Ligfiets.net
Met hartelijke dank aan Jan en Magic Bullet voor de foto's.

woensdag 26 juni 2013

Wieldoekjes binnenzijde voorwielen



Bij de voorbereiding voor een wedstrijd maak ik altijd een checklist van alle dingen die gedaan moeten worden. Zaken die de snelheid bevorderen staan steevast bovenaan. Een van de todo's die bovenaan staan zijn wieldoekjes aan de binnenkant van de voorwielen. Bij de nieuwlevering van een eerdere Quest heeft Velomobiel.nl ooit één keer wieldoekjes aan de binnenkant van de wielen gemonteerd. Op speciaal verzoek. Die verzoeken worden nu niet meer gehonoreerd. Het zou een 'vervelende klus zijn waar de monteurs niet op zitten te wachten'.

De eerste twee jaar van het bestaan van mijn Quest heeft deze zonder wieldoekjes aan de binnenzijde rond gereden. Die wieldoekjes blijven maar tussen mijn oren zitten. Met dubbele wieldoekjes ga je - iets - harder. Die wieldoekjes moeten er dus op. Theo van Velomobiel.nl vertelt me dat het gat in het wieldoekje een diameter van 12 cm moet hebben. Dat lijkt groot, maar dat valt mee. De spaken draaien bij de naaf langzamer dus een nadeel is het amper. Dat gat moet ook zo groot zijn om de kogelkopjes van de wielophanging te kunnen monteren.

Wim gaat het dus zelf doen. Eerst de wieldoekjes voorzien van een gat van 12 cm. Dat gaat uitstekend met een soldeerbout. De wielen moeten er wel helemaal af. Mooie gelegenheid om een kilo zand uit de wielkasten te borstelen. Ook de draaipuntjes van de remschoenen krijgen een likje teflonvet.
Als het wiel eraf is moeten er een serie nieuwe spaakklemmetjes worden geplaatst. Dan kan het wiel er direct weer op, uiteraard wel met het nieuwe doekje er los achter. Vastzetten van het doekje met de spaakklemmetjes kan pas nadat de 3 kogelkopjes van de wielophanging zijn vastgezet. Doordat het gat in het wieldoekje redelijk ruim is kunnen de kogelkopjes toch redelijk makkelijk worden gemonteerd. Als de 3 kogelkopjes vast zitten kan het wieldoekje in de spaakklemmetjes worden vastgeklikt.

Het wiel wordt weer op de naaf gezet en met de inbusbout vastgezet. Tenslotte zet ik de wielpoot weer vast met de dubbele moer aan de buitenzijde van de wielkast binnen in de Quest.
'De mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest'. Ik heb er lang tegen aangehikt en uiteindelijk is het in een uurtje gepiept.




dinsdag 25 juni 2013

Voetenbakjes maken 3





Na het maken van de plug, beschreven in de posting van 21 juni, wordt deze in de zwarte lak gespoten . dan is goed te zien er of nog oneffenheden zijn die moeten worden gecorrigeerd.
Op de gelakte plug wordt enkele keren lossingwas aangebracht om hechting van de mal te voorkomen.

Als de plug spiegelglad en droog is kan er een mal worden gemaakt. Dit gaat op dezelfde manier als het bekleden van de plug. Jan heeft een eenvoudige oven gemaakt van platen schuim en een elektrisch kacheltje. Nadat de plug is bekleed wordt deze in de oven geplaatst en met rond 60 gr. C 'gebakken'.

Na een nacht in de oven springt de mal letterlijk van de plug af. De mal is prachtig glad en kan zo worden gebruikt  om  het eerste voetenbakje te maken. Morgen kan ik de eerste bakjes verwelkomen.


vrijdag 21 juni 2013

Voetenbakjes maken 2




Er wordt heel wat afgeknutseld in velomobielland. Op dit moment worden er op diverse plaatsen voetenbakjes gemaakt om sneller te kunnen rijden tijdens de komende wedstrijden. De manier waarop dit hier en daar wordt gedaan getuigt soms van enige stuurloosheid.

De vakman van Velomobielonderdelen.nl, Jan Reus de kappenman, doet het in ieder geval zoals hierna beschreven.
Eerst moet je de diepte van het bakje bepalen. Ga in de fiets zitten met het achterwiel van de grond. Trap rond, liefst met wat weerstand op de band, en laat een tweede persoon meten hoeveel cm je voet door het gat steekt. Stel dat dat 5 cm is, bepaal dan ook of je voet midden in het gat op zijn laagste positie zit.

De lengte van de voetengaten varieert nogal, maar zit globaal tussen 39 en 43 cm. De breedte is vrijwel altijd 11 cm. Nu vorm je met PUR schuim en een vel plastic de vorm van de onderkant van de fiets af. Dit is te zien in de posting van 18 juni.

Neem een plaat hardschuim, BASF Styrodur is prima, en zaag dit in een blok van 50 x 13 cm. Je kan ook enkele dunnere platen op elkaar plakken. Nu begint het vormen van het bakje uit dit schuim. Je doet dit door zagen, raspen en schuren.

Plak op het gladde deel van het eerder gemaakte schuimmodel een dun plaatje van 2 mm (groen) hardschuim. Dit neemt de vorm aan van de onderkant van de fiets. Het grotere schuimmodel modelleer je zo dat dit aan de onderkant weer de vorm van het dunne schuimplaatje aanneemt. Maak dan wat epoxy met microballoons aan. Dit wordt een dikke pasta en daarmee maak je rondom het model een mooie afronding. 

Het geheel wordt direct bekleed met glasvezeldoek en epoxy. Je neemt een wat ruimer stuk glasvezeldoek om een ruime flens op het groene schuim te maken. Dit moet netjes geschuurd, geplamuurd en weer geschuurd worden. Op deze flens zal het bakje straks in het voetengat blijven hangen. Ook geeft dit wat verstelmogelijkheden.

Daarna, dit laat ik later zien, wordt het geheel in de zwarte lak gezet en voorzien van lossingmiddel. Als alles droog en doorgehard is kan er een mal worden gemaakt. En als deze klaar is kunnen de eerste voetenbakjes worden gemaakt. Al met al veel werk, maar niet heel moeilijk en zonder al te veel kosten te realiseren.

woensdag 19 juni 2013

Trainen met de SRM meter


Ik fiets gemiddeld tussen 9.000 en 14.000 km per jaar. Dat is goed voor een redelijke basisconditie. Ondanks mijn bijna 66 jaar kriebelt het wedstrijdrijden nog steeds. De uursrace tijdens CycleVision, altijd eind juni, is een mooie wedstrijd om naar toe te leven.

Ik begin mijn training meestal tweeeneenhalve maand voor CycleVision. Ik rij een vaste ronde van 29 km over de dijken rond de Schermer polder. De route kan linksom of rechtsom worden gereden. Meestal kies ik voor linksom. Eerst dus de bochtige dijken van de Schermer. Er zitten vier haakse bochten in de route waar de snelheid terug moet naar 24 km/u. De andere bochten kunnen met 30 tot 40 km/u worden genomen.

De snelste rondjes, gisteravond rond 21.00 uur, gaan met een gemiddelde snelheid van ruim 47 km/u. Het is dan windstil of vrijwel windstil. Zo gauw er meer wind staat gaat dat ten koste van de snelheid. De snelste ronde vorig jaar ging met gemiddeld 49,4 km/u. Dat zal dit jaar denk ik niet lukken.

In het begin van de trainingsperiode rij ik tijdens de 29 km lange rit steeds met een hartslag van rond 120. Door mijn leeftijd is mijn maximale hartslag beperkt tot maximaal 160 slagen per minuut. Tijdens die ritten maak ik 3 tot 4 keer een sprint tot maximaal. Die sprints verlopen met een aanvangsvermogen van 530 Watt, teruglopend tot 250 Watt. Tussendoor herstellen. Na een maand probeer ik voor het eerst het hele rondje met maximale snelheid te rijden. Dan varieert mijn hartslag tussen 140 en 152 slagen per minuut. Nu kan ik ook zien met welk vermogen ik gemiddeld rij. Bij de eerste snelle ritten komt mijn gemiddelde vermogen, inclusief alle bochten op 180 tot 190 Watt. Naarmate de tijd vordert, neemt het gemiddelde vermogen toe tot 200 Watt. Twee weken voor CV zit dat op 210 tot 220 Watt. Tijdens de uursraces op CV 2012 was het vermogen over drie kwartier 216 Watt. Daarna kreeg ik kramp en kon 10 minuten ’maar’ 50 km/u rijden. Totaal in het uur 56,4 km.

Helaas heeft twee weken niet fietsen door ziekte de trainingsopbouw verstoord. Ik zou nu op rond 210 Watt moeten zitten. Dat lukt nog niet en zal ook niet meer lukken.
Met 66 jaar moet trainen en herstellen goed in balans zijn. Ik heb geleerd, de SRM meter toont dat feilloos aan, dat iedere dag trainen tot het gaatje desastreus is. Ik train één dag voluit, de volgende dag niet of alleen een ontspannen rondje met maximaal 120 hartslagen per minuut. Zelfs al heb ik twee dagen niet gefietst, neemt mijn vermogen toch iets toe.
Rust is dus zeker zo belangrijk als keihard trainen.

Voor de liefhebbers iets meer over de SRM meter.
De SRM meter slaat elke seconde de volgende gegevens op:
-Vermogen in Watts
-Hartslag
-Snelheid
-Afstand
-Cadans
-Temperatuur
-Hoogte boven zeeniveau
-Energieverbruik
-3 inspanningsgebieden
-Gereden tijd in minuten en seconden na reset
-Dag, datum en tijd

Alle gegevens worden real-time op het scherm van de SRM getoond. Tussendoor kun je ook een scherm met alle gemiddelden en ook de maximum waarden van de huidige rit laten zien.
Na thuiskomst kan de SRM worden aangesloten op de Apple MacBook Pro en worden de gegevens ingelezen in de SRM software.

In de grafiek is mooi te zien dat de bochtige dijk zorgt voor veel pieken en dalen in de vermogensgrafiek. Ook de snelheid varieert sterk al haal ik hier wel regelmatig de 50 km/u.
Voor een snelle rit moet ik bij de Schermer molens, rechtsboven in de kaart, een gemiddelde snelheid hebben van 45 km/u. Op de weg langs de Noordervaart richting Alkmaar, ik heb hier lichte tegenwind, gaat het ook tegen de 50. Op het lange rechte stuk langs het Noord-Hollands kanaal bereik ik maximaal rond 52 km/u. Rij ik de route linksom, dan kan ik op de twee rechte stukken die volgen zo’n 2,5 km/u gemiddeld winnen. Rij ik de route rechtsom, dan moet ik voor een snelle rit bij de Schermer molens een gemiddelde van boven de 50 km/u hebben. Ik weet dat ik op de bochtige dijken gemiddeld 2,5 km/u inlever.

Het gemiddelde geleverde vermogen bedraagt ruim 205 Watt. De gemiddelde snelheid 47,3 km/u. Dat geeft hoop voor de wedstrijd op 29 juni.
De Quest is volledig in toertrim, alles erop en erin en de standaard racekap.

Regelmatige lezers van mijn blog weten dat ik nogal eens last heb van kramp in mijn onderbenen. Eergisteren overviel me dit plotseling weer in alle hevigheid. Ik realiseerde me dat ik mijn dagelijkse dosis Magnesium 400 mg al twee dagen niet had ingenomen.
Gisteren weer wel gedaan en zonder kramp mijn vlotte rondje kunnen rijden.

Kun je ook zonder SRM serieus trainen? Vanzelfsprekend. Wel is het m.i. nodig om te trainen met de hartslagmeter. Wissel lange stukken met gemiddelde inspanning af met korte interval sprints. De lengte van die sprints kun je steeds langer maken. Kijk vooral aan het eind van je training goed op de hartslagmeter. De hartslag moet binnen 2 minuten onder de 100 slagen zitten en gestaag verder dalen. Blijft de hartslag langer hoog, dan heb je teveel van je lichaam gevraagd. Je merkt dat aan warmtestuwing en soms een misselijk gevoel.
Als je de inspanning rustig opbouwt, train je je lichaam om uiteindelijk een uur lang met vol vermogen rond te kunnen rijden.

Hopelijk tot ziens op de RDW baan op 29 juni a.s.

dinsdag 18 juni 2013

Voetenbakjes en meer ruimte voor de achterband 1


Voor de wedstrijd op 29 juni wil ik de Quest makkelijker en sneller wedstrijdklaar kunnen maken. Vooral het afplakken van de voetengaten met Lycra is, hoe effectief ook, een hele klus. Dat moet vlak voor de wedstrijd gebeuren omdat de Lycra soms het transport op het dak van de auto niet overleeft.
Is het vlak voor de wedstrijd regenachtig dan wil het plakken helemaal niet lukken.

De oplossing is ... voetenbakjes. Vanmorgen rij ik onder hemels mooie weersomstandigheden naar Enkhuizen. 'Wie appelen vaart die appelen eet'. Als er iemand in staat is om die bakjes te maken is het wel Jan Reus van Velomobielonderdelen.nl.

Het rijdt heerlijk licht met deze warmte en niet teveel wind. Jan legt de Quest op zijn kop en spant een vel plastic over de beide voetengaten. Dan smeert ie een snelhardende neopreenschuim op het plastic. Dit vooral om de oplopende ronding aan de voorzijde van de gaten te kopiëren. Na tien minuten is het schuim al voldoende hard.

Nu de Quest op zijn kant ligt kan ook de aanlopende achterband wat meer ruimte in de wielkast krijgen. Nadat de band is leeggelopen kan Jan met de Powerfile iets van de binnenkant van de wielkast afschuren. De foto's laten het verschil goed zien. Even later blijkt het inderdaad te helpen maar nog niet geheel over te zijn.

Morgen een verhaal over trainen met de SRM meter.


zaterdag 8 juni 2013

Cateye Enduro eruit, Micro Wireless erin


Vorig najaar gaf mijn Cateye snelheidsmeter de geest. Dat gebeurt vrijwel elk jaar. Brede banden als F-lites schuren de draad van de sensor makkelijk door en dat betekent een nieuwe sensor bij Ymte bestellen. Inmiddels monteert Velomobiel.nl standaard een draadloze Cateye Micro Wireless. Dat moet 'm maar worden. De sensorkabel van de oude bedrade meter had ik met zelfvulcaniserende rubbertape wel weer bruikbaar gemaakt en was er nog even geen reden tot vervanging.

De batterij van de draadloze snelheidssensor van mijn SRM meter is aan vervanging toe en daarvoor moet het linker wiel worden uitgebouwd. Mooi moment om ook de draadloze sensor van de Cateye in te bouwen. De beide sensoren hebben eenzelfde CR 2032 batterij. Deze zitten ook in bijv. de borstbanden van hartslagmeters en heb ik royaal op voorraad. De beide sensoren worden aangestuurd door slechts één magneetje.

De inbouw van de sensor verloopt soepel. Maar waar laat ik de draadloze Cateye? De aansluiting op het op de wielkast gepopnagelde aluminum lipje past niet meer. De oplossing is altijd dichtbij.

Ik knip de draad van de basis van de oude Cateye af en plak een stukje 3M paddenstoeltjes klittenband op zowel de nieuwe Cateye als op de oude basis. Dan is het voldoende om de oude basis weer op het bekende lipje te schuiven en daar bovenop wordt de draadloze Cateye geklikt.

Vanmiddag even een trainingsrondje gefietst. Zowel de SRM en de draadloze Cateye functioneren uitstekend.

donderdag 6 juni 2013

VeloTilt lock


Zoals bekend is de VeloTilt, het woord 'tilt' zegt het al, een fiets die kan neigen, net als een tweewielige fiets. Dat is heel leuk, het fietst prettiger en je kunt er flink sneller een bocht mee door. Maar constructief is het een heel stuk ingewikkelder. Net als een tweewieler valt een VeloTilt bij stilstand gewoon om.

Er zijn meerdere constructieve mogelijkheden om dat omvallen te voorkomen. Allereerst kun je een trommelrem of schijfrem gebruiken. De eerste proeven met beide remmen, een standaard trommelrem van Sturmey Archer en een halve 160 mm schijfrem, boden onvoldoende houdkracht. Het evenwicht was en bleef wankel. Dat kun je met een open ligfiets makkelijk met je benen opvangen, in een dichte stroomlijn betekent het schade.

Piet Kunis stelde voor om het omvallen hydraulisch te voorkomen. Dan komt uiteraard Risse Racing in de VS om de hoek kijken. Risse heeft nu, eindelijk, een heel nieuw ontwerp gemaakt van een hydraulische lock met kabelbediening. Het is een heel lichte lock geworden, uiteraard zonder luchtkamer. Weerstand in het systeem mag uiteraard tijdens het rijden niet merkbaar zijn.

Omdat Risse een lange levertijd heeft, hebben inmiddels een tweetal andere fabrikanten ook opdracht gekregen een hydraulische lock te produceren. Hoewel we voor het eerste prototype gebruik zullen maken van een handbediende lock, wordt er door Jeroen Koeleman gewerkt aan een lock die naar wens volautomatisch kan worden bediend. Dit kan met een snelheidssensor die bijv. boven 5 km/u de lock opent en daaronder de lock automatisch sluit. Dit is echter toekomstmuziek.

Naast de hydraulische lock blijft de schijfrem ook in beeld. Met een flink grotere schijfdiameter is  de houdkracht vrij eenvoudig met een factor 5 te vergroten. De remklauwen van schijfremmen voor fietsen blijken simpelweg niet krachtig genoeg te zijn. Remklauwen van scooters en lichte motorfietsen doen de job wel.
Wij kunnen de komende periode experimenteren met de verschillende concepten.

zondag 2 juni 2013

Bende van Cees komt langs bij Velomobielonderdelen.nl


Vanmiddag om half twee meldt Arnold Stokkel dat ze met 6 man en twee splinternieuwe Questen op weg gaan van Velomobiel.nl in Dronten naar Enkhuizen. Het is de bedoeling even de nieuwe werkplaats te bekijken en uiteraard ook de vorderingen met de VeloTilt in ogenschouw te nemen.

Ik schat in dat ze gemiddeld 34 km/u tegen de wind zullen rijden en rond 15.00 uur in Enkhuizen zullen zijn. Dat blijkt perfect te kloppen. Jan Geel, Arnold Stokkel, Remke Geldermans (nieuwe XS), Cees Roozendaal (nieuwe carbon Quest), Piet Kunis en Willem Vierbergen rijden precies om drie uur voor. De werkplaats valt in de smaak bij de mannen. De nu super glanzend gepolijste VeloTilt plug ziet er nu onwaarschijnlijk mooi uit. Jeroen is bezig met voorbereidingen om de mallen te maken.

De appelflappen vinden gretig aftrek en drinken willen de mannen ook wel. Remke heeft nog niet eerder zo'n rit gemaakt en heeft heel hard moeten werken. Ook Piet Kunis heeft flink gebuffeld om de Questen bij te kunnen houden. Even tijd voor een groepsfoto van alle fietsen met de VeloTilt plug net in het midden te zien. Tegen vieren vertrekt de groep weer naar de diverse eindbestemmingen in Noord-Holland. Zelf neem ik de auto richting De Woude. Na alle fysieke malheur van de laatste tijd, het gaat een stuk beter nu, is een rit van bijna 200 km naar Dronten nog een brug te ver.

Remke en Cees, proficiat met jullie mooie nieuwe fietsen.